Taco salade

Deze salade heeft een aantal voordelen. Als ik een salade eet heb ik altijd het gevoel alsof ik heel gezond aan het eten ben. En dat is deze taco salade eigenlijk ook, een paar chippies moeten gewoon kunnen toch? Daarnaast eet je eigenlijk de ingrediënten van wat er in een taco kan zitten, maar dan met mes en vork. Voordeel is dus dat het er een stuk beter uitziet en wat efficienter eet. Alhoewel taco’s eten ook wel heel lekker en lachen kan zijn, als de tacoschelp breekt en de helft op je bord valt. Deze salade heb je in 2 minuten gemaakt. Als je snel bent dan haha, je hebt vrijwel geen snijwerk; alleen de avocado en tomaten. Het gehakt moet je nog even rullen. Voor de rest is er voor dit recept geen oven nodig, de blikjes giet je af en gooi je gewoon bij elkaar. Alles bij elkaar is een heerlijke salade. Ik koos voor een flinke drizzle sriranchasaus, wat voor flink wat pit zorgde haha. Mijn mond stond een beetje in de fik. Dus de volgende keer doe ik daar wat rustiger mee, als jij al van jezelf weet dat je niet zo van pittig houdt kan je beter milde sweet chilisaus als dressing gebruiken. Deze salade is ook lekker om mee naar je werk of school te nemen. En heb je geen bonen in huis? Vervang deze dan door kidneybonen. Of als je vega bent kan je ook vegetarisch gehakt gebruiken. Wat jij wilt!

Ingredienten voor 4 personen:

  • 1 blikje zwarte bonen
  • 1 blikje mais
  • 100 g ijsbergsla
  • 1 avocado
  • 2 grote tomaten
  • 150 g gehakt
  • Chilisaus (of sriranchasaus voor meer pit)
  • Tortilla chips
  • Koriander

Rul het gehakt in een koekenpan. Laat afkoelen.

Snijd de tomaten en de avocado in stukjes.

Laat de zwarte bonen en mais uitlekken.

Verdeel over een schaal ijsbergsla als onderste laag, gevolgd door de andere ingrediënten. Maak af met blaadjes koriander en een drizzle chilisaus. Serveer met tortillachips.

Ingewikkelder dan dit is het niet! Eet smakelijk :).

Pavlova met lemon curd, bramen en frambozen

Dit receptje doet me denken aan de zon. Ik heb zoveel zin in de zomer weer! En het voorjaar zit er alweer bijna aan te komen, alhoewel het volgende week nog hard gaat vriezen… Van mij hoeft dat allemaal niet zo. Ik vind lemon curd zó lekker! En het geeft me ook meteen een lentegevoel. Ik maakte deze pavlova met het vocht van een blik kikkererwten. Ik zag overal dat dat een goede eivervanger zou zijn, en ik had geen eieren meer in huis. Dus toen was dit een perfecte uitkomst! En door de hoeveelheid suiker proefde je het kikkerwtensmaakje helemaal niet meer. Een aanraders voor veganisten dus. Maar als je het gewoon met eieren wilt doen weet ik zeker dat het ook met 100 g eiwit lukt. Ik heb hem verder helaas niet vegan gehouden, de lemon curd bevat ei en boter, en ik doe slagroom op de pavlova. Maar als je een beetje creatief bent met koken of ff googled, vind je vast wel een receptje voor vegan lemon curd. En van het verharde kokosvet kan je kokosslagroom maken. Je kan natuurlijk van alles aanpassen aan dit recept. De meringue is in ieder geval een goede basis, en je moet er een paar uur oventijd voor overhebben. Je kan in plaats van lemon curd, bramen en frambozen ook peer en chocolade als topping gebruiken. Of nog met salted caramel saus erbij? Te lekker… Maar nu het recept van deze lekkere pavlola!

Ingredienten voor 1 grote pavlola:

  • 5 el lemon curd
  • 150 ml slagroom
  • 1 tl poedersuiker
  • 50 g frambozen
  • 50 g bramen
  • 200 g suiker
  • het vocht van 1 blik kikkerwten of 100 gram eiwit

Verwarm de oven voor op 110 graden.

Mix in een schone kom de eiwitten of het kikkerwtenvocht stijf. Voeg beetje bij beetje de suiker toe (niet de poedersuiker).

Verdeel dit eiwit over een met bakpapier beklede bakplaat, en maak er een grote ronde ‘meringue’ van. Zet 2,5-3 uur in de oven.

Mix de slagroom stijf. Voeg een theelepel poedersuiker toe.

Verdeel de slagroom over de pavlova, vervolgens de lemon curd en daarna de bramen en frambozen.

Tonijnburgers met avocado en wasabi-citroenyoghurt

Al eerder publiceerde ik een recept voor tonijnburgers, maar dit is inmiddels alweer 2,5 jaar terug… De tijd vliegt, haha. De burgers waren een succes, en daarom besloot ik ze weer eens te maken, maar dan toch echt even anders. Ook vind ik dat het recept in de caption en professionaliteit wel wat verbetering kan gebruiken, maar ik laat het lekker zo. Kan ik over 10 jaar heel hard lachen dat ik vermeld ‘Dat het op kattenvoer lijkt!’. Echte reclame, zeker iedereen gaat dit maken nu haha.

Deze burgers waren echt heel goed gelukt, al zeg ik het zelf. Ik geef de burgers zelf een Oosters tintje door ketjap toe te voegen. Daarbij maakte ik een romig sausje van Griekse yoghurt en wasabi. En als tegenhanger citroen. Waanzinnig lekker. Ik voeg best wel wat wasabi toe, en hoewel ik niet zo van pittig eten houd vind ik de smaak van wasabi wel heel lekker. En dan kan ik die pit wel waarderen. Maar wil jij het nou graag wat milder houden, dan voeg je gewoon wat minder wasabi toe.

Deze burgers at ik op een lekker broodje, maar je kan ze ook gewoon los serveren, zoals je op de foto ziet. Of voor bij de borrel kan je er balletjes van maken. Dan dip je met prikkers in de tonijnballetjes, en kan je eventueel de avocado achterwege laten. Hoe dan ook, dit recept is een aanrader voor iedereen en vergt niet te veel tijd.

Ingredienten voor 4 grote of 8 kleine burgers:

  • 1 groot blik tonijn in water
  • 2 eieren
  • 2 beschuiten (of 3 el paneermeel)
  • 1,5 el ketjap
  • 1 avocado
  • 100 g Griekse yoghurt (10%)
  • 1 el mayonaise
  • 1 krappe el wasabipasta
  • 1 tl citroensap
  • Sesamzaad

Maak alvast de yoghurtsaus. Meng de Griekse yoghurt met de mayonaise, de wasabi, het citroensap en zout. Zet in de koelkast.

Laat het blik tonijn uitlekken. Meng in een kom de tonijn samen met de ketjap, 2 verkruimelde beschuiten of 3 el paneermeel, 2 eieren en peper en zout.

Vorm burgers van het tonijnmengsel. Ik maakte kleine burgers, maar als jij ze groter wilt kan dat natuurlijk ook.

Verwarm olie of boter in een koekenpan. Bak de burgers in heet vet, en draai het vuur laag. Leg de deksel op de pan, en laat zo’n vijf minuten op laag vuur bakken.

Vijf minuten later zal het ei in de burgers gestold zijn. Draai de burgers om, en zet het vuur hoger. Bak nog de andere kant nog even bruin.

Snijd de avocado in plakjes.

Serveer de burgers met de wasabisaus en avocado. Lekker om te eten op een knapperig broodje.

5 x zelf verse thee maken

Thee is het drankje wat ik het meest drink. Misschien is het jullie ooit opgevallen, dat ik totaal niet mee ga in de smoothie hype. Ook staan er helemaal geen drankjes op de site. Dat komt, omdat ik eigenlijk bijna niks lekker vind. Ik drink dagelijks thee bij het ontbijt, water op school en melk omdat dat moet. Maar suikerhoudende dranken moet ik niet hebben. De smaak van koffie vind ik super lekker. Maar koffie drinken gaat er bij mij ook niet in.

Om toch af te wisselen met iets om te drinken voor mij, maak ik er maar een feestje van met thee. Want je kan zoveel meer variëren met thee dan een zakje pickwick rooibos. Verse thee is hot (letterlijk en figuurlijk, haha). Steeds vaker bieden ze verse muntthee of gember-citroenthee aan in de horeca. Dat vind ik leuk, en lekker! En het zette mij ook aan het denken. Want waarom wel citroen en geen sinaasappel? Of wel munt maar geen salie? Buiten het feit dat het gewoon heel lekker, verrassend en verwarmend smaakt is het ook nog eens gezond. Met name saliethee schijnt heel gezond te zijn, en is een tip om te drinken als je ziek bent. Het zal keelpijn genezen, en google maar eens, dan krijg je een waslijst aan positieve gezondheidseffecten.

Voor al deze theeën geld dat je ze niet te lang moet laten trekken, tenzij je dat juist lekker vindt natuurlijk. Een lichte smaak van rozemarijn of van salie vind ik lekker en bijzonder smaken in de thee, maar het moet niet overheersend zijn. Dit geld ook voor sinaasappel en citroen. Anders wordt de thee erg zuur. Ook tip ik om honing of suiker in je thee te doen; ik vind dat niet nodig, maar dat is omdat ik gewoon niet van zoetere drankjes hou. Maar ik denk dat dit wel een goede toevoeging zal zijn om de smaken samenhangend te maken.

Vijf soorten verse thee

  • Salie en citroen

Nodig: een paar blaadjes salie en een schijfje citroen. Kokend water toevoegen. 2-3 minuten laten trekken. Voeg naar smaak een kneepje honing toe.

  • Sinaasappel en rozemarijn

Een takje rozemarijn en een schijfje sinaasappel samen met kokend water ca. 2 minuten laten trekken. Voeg naar smaak een kneepje honing toe.

  • Appel, kaneel en kruidnagel

1 stukje gedroogde appel met een half kaneelstokje en drie kruidnagels met kokend water circa 3-4 minuten laten trekken. Voeg naar smaak een kneepje honing toe.

  • Mango, munt en limoen

1-2 stukjes gedroogde mango, een schijfje limoen en een paar blaadjes munt met kokend water laten trekken, ca 2 minuten. Voeg naar smaak een kneepje honing toe.

  • Munt, gember en kardemom

1-2 cm gember in grove stukken snijden, ongeveer vijf peulen kardemom en een paar blaadjes munt laten trekken.

Review kookboek ‘Food in the city’ + recept voor ‘Escalavida’

Zoals jullie vast wel weten, is dat ik in 2016 en 2017 een challenge heb gedaan. De eerste keer de pagina 39 challenge en het tweede jaar de pagina 51 challenge. Dit hield in dat ik van alle kookboeken die ik vanaf het begin van het jaar had het recept op bladzijde 39 moest maken, en een jaar later die van pagina 51. Dat was een leuke uitdaging, totdat ik merkte dat mijn kookboekenstapel echt enorm groeien. In 2016 waren de recepten nog wel haalbaar, ik had toen 21 kookboeken, maar in 2017 stonden er 39 recepten op de planning voor deze challenge. Dat betekende dat ik vaker dan eens in de twee weken voor deze challenge moet gaan koken. En ga dan na dat er in een jaar 4 toetsweken zitten, een paar weken dat ik op vakantie ben, en noem maar op. Daarnaast kook ik veel liever uit mijn eigen hoofd, zonder precies te volgen wat er staat heb ik al gauw de neiging om het recept totaal aan te passen. Enfin, in 2018 doe ik deze challenge niet meer omdat ik inmiddels zo’n 50 kookboeken heb en aangezien het in 2017 ook niet gelukt is, gaat het mij in 2018 dan ook niet met plezier lukken.

Dat dus even, haha. Mijn conclusie is dat ik dit jaar wel iets met kookboeken wil doen, maar dan zonder dwang. Af en toe pak ik een kookboek uit de kast, maak er een recept uit en schrijf een review over het recept en kookboek. Lijkt dat jullie wat?

Vandaag een review over een boek dat ik met kerst heb gekregen. Het boek heet: ‘Food in the City’. Het kookboek heeft een leuke, hippe uitstraling. ‘Smikkelen in populaire wereldsteden’ is de kernzin van dit kookboek. Het boek is verdeelt in verschillende hoofdstukken: per stad. Barcelona, Londen, Rome, New York, Parijs en Marrakech vormen een fantastische receptenbundel vol met wereldse gerechten.

En wat ik vooral leuk vind is dat alle recepten geschreven zijn door foodbloggers! Dat spreekt mij wel aan natuurlijk, het lijkt mij zo gaaf om ook voor zo’n kookboek te mogen schrijven.

De bloggers Saskia, Cécile, Christina, Margy, Elisabeth, Annemiek, Carla en Josephine schrijven allemaal verschillende recepten per stad. De recepten die erin staan vind ik er stuk voor stuk erg lekker uitzien. Er staat van alles in: churro’s, cheesecake en macarons voor de zoetekauwen, en een hoop hartige recepten uit de verschillende culturen. Wat dacht je bijvoorbeeld van Falafel met Baba ganoush? Een lekkere tajine? Of een lekkere pasta zoals ravioli met paddenstoelen of spaghetti? Je vind het allemaal in dit boek.

Ik heb dit boek gekregen van mijn moeder, en toen ik hem kreeg herkende ik meteen de stijl van een ander kookboek dat ook in mijn kast staat. Het kookboek Foodtruck Bites is namelijk geschreven volgens hetzelfde principe. Er staan recepten van foodbloggers in, en de vormgeving van het boek is goed terug te zien in Food in the City.

Om eens uit te testen of de recepten uit Food in the City ook lekker zijn probeerde ik er eens een receptje uit. Omdat ik een groente bijgerecht wilde maken, viel mijn keuze al snel op deze geroosterde groentesalade. Of zoals hij in het boek benoemd wordt: als Escalavida. Ik was erg benieuwd naar dit gerecht, omdat je alle groenten zonder te snijden in de oven legde met wat olijfolie, en ze na de oventijd pas moest snijden. Het is een recept uit het hoofdstuk ‘Barcelona’, en schijnt een Catalaanse klassieker te zijn. Nou ben ik al een keer in Catalonië en Barcelona geweest, maar eerlijk gezegd staat dit gerecht me niet meer zo bij. Het enige wat me van deze regio qua eten bij staat is dat ik een keer cannelloni heb gegeten (die onwijs lekker was) en ongeveer elke dag Crèma Catalana. Maar hè, ik was toen 11 jaar. Mijn interesse in eten is in de loop der jaren toch wel enorm gegroeid haha.

Dit recept is overigens bedacht en gemaakt door de foodblogger van de blog Secretly Vegan, super leuk dat er ook voor de afwisseling een vegan foodblogger tussen zit! Hier komt het recept, onderaan de bereidswijze geef ik mijn mening over hoe ik dit gerecht vond.

Ingredienten voor 2 personen:

  • 1 aubergine
  • 2 rode paprika’s
  • 2 uien
  • 3 eetl olijfolie
  • 2 eetl peterselie
  • zout en peper
  • 1/2 eetl gezoute kappertjes

Extra:

  • oven of barbecue

Verwarm de oven voor op 175 graden.

Smeer alle groenten in met olijfolie. Ze hoeven niet gesneden te worden.

Leg alle groenten in een bakblik en zet 45-60 minuten in de oven.

Wanneer de baktijd voorbij is, dek je de schaal af met een theedoek en laat je het nog 10 minuten staan.

Hierna kun je de schil heel makkelijk van de paprika en aubergine aftrekken en ze in stukken snijden.

De uien pel je en snijd je overlangs door.

Breng de groenten op smaak met wat peper , zout, en eventueel olijfolie en strooi er de gehakte peterselie en gezouten kappertjes overheen.

Maak voor iedereen een mooi schaaltje op en serveer met wat brood.

Tips:

Je kunt de salade nog uitbreiden met aardappels en tomaat (halveer ze en voeg ze de laatste 15 minuten toe)

Escalavida wordt ook vaak geserveerd met wat ansjovis of tonijn.

Wat vond ik van dit recept?

Super efficient dat de groenten niet gesneden hoeven worden. Heel goed van tevoren te maken, want het is echt niet erg als je de groenten een dag van tevoren alvast roostert. Het fijne aan deze salade vind ik dat hij lekker neutraal is, en bij veel gerechten past. Ik maakte er witte vis met limoen, peterselie, kaas en olijfolie uit de oven bij, wat er echt perfect bij paste. De salade is van zichzelf lekker smaakvol, maar wel belangrijk is hem niet vergeten te zouten op het eind. Het gerecht is vegan, maar ik kon het niet laten er wat parmezaan over te raspen. Ook lijkt het me lekker om hier wat feta overheen te brokkelen. Conclusie: een lekker bijgerecht die je eventueel nog wat kan aankleden.

Geroosterde zoete aardappelsoep met prei en korianderpesto

Dit is al het tweede recept met zoete aardappel deze week… Maar dan wel op een hele andere manier bereidt. In dit recept maak ik er een lekkere soep van, met prei en korianderpesto. De prei blijft heel in de soep, die mix je niet mee. De korianderpesto maak je heel makkelijk zelf. Eigenlijk is het helemaal geen pesto. Het bevat namelijk geen parmezaanse kaas. Daarom wilde ik het pistou noemen, maar eigenlijk wist ik de definitie hier helemaal niet van. Pistou blijkt de Franse variant van pesto te zijn, zonder pijnboompitten. En dat bevat deze wel. Die zijn namelijk onmisbaar in deze pesto.

Pluspunt van deze soep: hij is helemaal vegan. Dan moet je wel voor een veganistisch bouillonblokje gaan, dat zijn volgens mij de meeste groentebouillonblokjes wel. Eigenlijk was het niet eens mijn bedoeling om de soep vegan te maken. Maar nu ik het recept uittyp en de ingrediënten bekijk, merk ik op dat er helemaal geen dierlijke producten in zitten.

Maar je mag vrij zijn met extra toevoegingen, vegan of niet. Een dot crème fraîche, extra groenten, croutons… Ga lekker los. Maar dit is in ieder geval een heerlijke basis voor zoete aardappelsoep.

Ingredienten voor 4 personen:

  • 2 zoete aardappels
  • Een handje koriander
  • 1 rode paprika
  • 3 teentjes knoflook
  • 20 g pijnboompitten
  • 1 bouillonblokje
  • 75 ml + flinke scheut olijfolie extra vierge
  • 1 prei

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Schil de zoete aardappels. Snijd ze in blokjes. Verdeel over een met bakpapier beklede bakplaat samen met de knoflookteentjes. Deze hou je gewoon heel en in het schil. Verdeel er olijfolie, peper en zout over. Zet 35 minuten in de oven.

Snijd de prei in dunne ringen. Snijd de paprika in stukjes.

Rooster de pijnboompitten in de koekenpan, laat ze niet aanbranden!

Maak de pesto door de koriander, pijnboompitten, 75 ml olijfolie en peper en zout in de vijzel tot een grove pesto te malen.

Kook 1 liter water. Maak er bouillon van met het bouillonblokje.

Bak in een koekenpan de prei.

Bak in een soeppan de paprika. Voeg de zoete aardappelen en de teentjes knoflook (nu wel uit het schil) toe. Voeg gelijk de bouillon toe. Leg de deksel op de pan en laat 15 minuten pruttelen.

Staafmix de soep tot een gebonden soep.

Roer de prei door de soep.

Serveer de soep met de korianderpesto.

Thaise salade met rode kool, geroosterde zoete aardappel, mango en pinda-limoendressing

Bij een salade met rode kool zal je waarschijnlijk niet zo snel aan de Thaise keuken denken. Maar deze salade heeft heel wat Aziatische tintjes wat de salade speciaal en net even anders maakt. Ik ben een pindakaasfan, helaas ben ik de enige in de familie die pindakaas eet. Maar in deze salade kon iedereen het waarderen. De dressing is friszuur door de limoen, pittig door de tabasco, zout door de sojasaus en romig door de pindakaas. Sommige mensen haten koriander: in hun geval kan je dit natuurlijk weglaten, al vind ik het er heel goed bij passen.

Een lekker en gezond budgetreceptje, die erg lekker is voor de lunch of als bijgerecht. Je kan er ook een hoofdgerecht van maken door rijst aan de salade toe te voegen. En misschien wat in ketjap gemarineerde tempeh. Lekker voor in de zomer. Daar heb ik nu trouwens wel zin in.

 

Ingredienten voor 4 personen:

  • 1/4 rode kool
  • 2 zoete aardappels
  • 1 mango
  • Een hand koriander
  • 2 bosuitjes
  • sesamzaad

Voor de dressing:

  • 3 el pindakaas
  • 1/2 limoen
  • Een paar druppels tabasco
  • 1 el sojasaus
  • 1 tl basterdsuiker
  • 1 tl sesamolie

 

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Snijd de rode kool in dunne reepjes/stukjes. Schil de zoete aardappel en snijd in blokjes.

Verdeel de zoete aardappel over een met bakpapier bekleed bakblik en verdeel er olijfolie met peper en zout over. Zet ca. 35 minuten in de oven.

Kook of stoom de rode kool beetgaar. Laat afkoelen.

Snijd de mango in blokjes. Hak de bosuitjes en koriander fijn.

Maak de dressing. Meng alle ingredienten voor de dressing door elkaar, rasp een beetje limoenschil en knijp het sap eruit. Roer goed zodat het een egale dressing wordt.

Verdeel de rode kool, zoete aardappel en mango in een saladeschaal. Verdeel er de dressing over. Maak af met de koriander en bosuitjes. Bestrooi eventueel met wat sesamzaad.

 

Hartjes brownies

Morgen is het 14 februari, en dat betekent natuurlijk Valentijnsdag! Al wekenlang liggen de hartjeskaartjes en hartjeschocolaatjes in de winkels. Bij ons op school is er een Valentijnsfeest en er is rozenverkoop. Ik ben benieuwd wie er dit jaar allemaal een roos krijgt haha.

Ga jij je lief nog verwennen? Of ga je als single gewoon je vrienden in het zonnetje zetten? Wat dan ook, je maakt iedereen blij met deze hartjes brownies. Je maakt gewoon basisbrownies, ik voegde nog wat karamelfudge toe aan het beslag om het nog lekkerder te maken. Onderaan het recept zet ik nog wel wat mogelijkheden die je kan toevoegen aan je brownies. Stiekem heb ik het basisrecept uit een kookboek, uit ‘Snelle Klassiekers’ van de foodblogger Brenda. Dat is het basisrecept voor de lekkerste brownies als het aan mij ligt. Als de brownies zijn afgekoeld, druk ik er met een hartjesvormpje hartjes uit. Daarna meng ik gesmolten witte chocolade met rode kleurstof, zo krijg je een mooie roze kleur.

Dit recept heb ik natuurlijk niet met Valentijnsdag gemaakt, ik schrijf dit recept een tijdje van tevoren uit. Deze brownies heb ik voor mijn oma’s verjaardag gemaakt. En die was er ook super blij mee. Hartjesbrownies zijn altijd goed, daar maak je het jaar rond mensen blij mee. Of jezelf natuurlijk.

Ingredienten voor ca. 20 hartjesbrownies:

Voor de brownie:

  • 200 g roomboter
  • 175 g pure chocolade
  • 125 g zelfrijzend bakmeel
  • 4 eieren
  • 1 zakje vanillesuiker
  • snuf zout
  • 250 g suiker
  • 25 g cacaopoeder

En verder…

  • 200 g witte chocolade
  • 1/2-1 tl rode kleurstof
  • Eventueel sprinkels

Verwarm de oven voor op 180 graden en bekleed de brownievorm met bakpapier.

Smelt in een steelpan op laag vuur de chocolade met de roomboter. Roer goed door en haal de pan van het vuur zodat het mengsel kan afkoelen tot kamertemperatuur.

Klop de eieren met de kristalsuiker, vanillesuiker en het zout schuimig. Roer het afgekoelde chocolademengsel erdoor.

Spatel het zelfrijzend bakmeel en cacaopoeder door het beslag. Verdeel het beslag over de brownievorm en bak de brownie 35 minuten in de oven. Het beslag is dan nog smeuïg, maar dat is juist goed.

Laat de brownie in 2 uur volledig afkoelen in de brownievorm.

Druk met een hartjesvormpje zo veel mogelijk hartjesbrownies uit de brownie. Leg alle brownies op een bord en zet een minimaal een uur in de koelkast.

Smelt de witte chocolade. Voeg de rode kleurstof toe en meng met een lepel. Voeg eventueel nog wat extra kleurstof toe voor een diepere roze kleur. Doop de brownies aan zijn mooiste platte kant in de roze chocolade. Verdeel er eventueel nog wat sprinkels over. Leg ze weer op het bord en laat uitharden in de koelkast.

Eventueel extra toevoegingen voor het beslag:

  • 125 g karamelfudge, in stukjes
  • 125 g oreo’s, verkruimeld
  • 125 g stukjes melk, puur en witte chocolade
  • 125 g m&m’s
  • 100 g walnoten

Lemon coconut bars

Happy carnaval!! Vier jij dit weekend carnaval? Hangt waarschijnlijk van je regio af. Hier bij ons, in West-Friesland gaat het er altijd groots aan toe. Er worden prachtige, enorme karren gemaakt waar ze maandelang tijd in hebben gestoken. Zaterdag is er altijd een kinderoptocht. Ik heb 2 jaar meegedaan met de kinderoptocht, en 1 jaar met de grote. We heetten de Color Kids. Bij de kinderoptocht zijn we een keer tweede geworden, helaas lag de lat bij de grote optocht veel hoger haha. Mooie tijden waren dat. Nu kijk ik liever naar de karren:).

Omdat het zondag is, deel ik een niet zo healthy maar wel heel erg lekker recept. Namelijk voor deze lemon coconut bars. De bodem is gemaakt van neutraal koekdeeg, waardoor de smaken van de lemon curd en kokos er goed uitspringen. Als extra heb ik er nog wat blauwe bessen aan toegevoegd. Dit bakseltje is echt wat voor de zondag, vooral leuk om gezellig samen te bakken in de keuken. De een maakt het koekdeeg, de ander de crumble. Maar je kan het natuurlijk ook gewoon voor jezelf maken, geen probleem;).

Ingrediënten:

Bodem:

  • 100 g boter
  • 175 g bloem
  • 1 ei
  • 50 g suiker
  • Scheutje vanille extract
  • snuf zout

Crumble:

  • 50 g boter
  • 50 g kristalsuiker
  • 30 g geraspte kokos
  • 75 g bloem
  • snuf zout

En verder…

  • 150 g lemon curd
  • 100 g blauwe bessen
  • 3 el geraspte kokos

Verwarm de oven voor op 190 graden.

Maak de bodem. Kneed met je handen alle ingrediënten voor de bodem door elkaar, tot een bol deeg. Wikkel in plasticfolie en leg in de koelkast.

Maak de crumble. Kneed ook alle ingredienten voor de crumble met je handen, tot het een kruimeldeeg is geworden.

Bekleed een brownieblik met bakpapier. Verdeel het deeg voor de bodem in het blik. Verdeel hier 3 el geraspte kokos en de 150 g lemon curd over, en vervolgens de blauwe bessen. Verdeel de crumble erover.

Zet 35-40 minuten in de oven.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑